Operatie & Revalidatie

Operaties en postoperatieve revalidatie bij schouderaandoeningen.

Een inleiding voor patiënten.

Tekst en adviezen van het SNT
Door Gerard Koel en Donald van der Burg, fysiotherapeuten
Hengelo, Enschede, december 2010.

De meeste patiënten met klachten vanwege een schouderprobleem kennen een voldoende herstel met een zogenaamd conservatief beleid zoals aangepaste rust of juist gerichte training, soms medicatie, een injectie of fysiotherapie. Bij een deel van de patiënten is sprake van dermate structurele afwijkingen dat een orthopedische ingreep de beste optie is. Voorbeelden van structurele afwijkingen zijn een letsel van de kraakbenige labrumrand rondom de gewrichtskom, een scheur in een van de pezen van de rotator cuff spieren of duidelijke randwoekeringen met verkalkingen die de ruimte onder het schouderdak verkleinen. In die gevallen is het vaak beter te opereren en daarna te revalideren. Bij een gericht beleid kan tijdig een verwijzing naar een orthopedisch chirurg plaatsvinden; soms is het ook zo dat eerst een conservatief (= niet-operatief) beleid wordt uitgeprobeerd om het resultaat af te wachten en wordt de orthopedisch chirurg pas geconsulteerd indien het resultaat teleurstellend is.

Er zijn, analoog aan de aandoeningen van de schouder (zie deel website over aandoeningen), grofweg drie categorieën aandoeningen die aanleiding kunnen geven tot een operatieve ingreep:

  1. Aanhoudende impingement klachten (inklemming) met als mogelijke operatie:
    • een open decompressie (ruimte maken onder het schouderdak om de inklemming te verminderen) met of zonder peesherstel
    • een artroscopische decompressie met of zonder peesherstel.
  2. Passieve instabiliteit van het schoudergewricht met als mogelijkheden:
    • een labrum operatie (hechten van een deel van het labrum) en/of
    • een kapsulaire shift waarin het gewrichtskapsel wordt ingenomen.
  3. Degeneratieve aandoeningen met ernstige gewricht artrose zoals:
    • een (gedeeltelijke of totale) vervanging van het schoudergewricht,
    • een resectie (verwijdering) van het buitenste deel van het sleutelbeen.
  4. Daarnaast kan bij acute traumatische aandoeningen, waarbij fracturen en / of ontwrichtingen optreden, sprake zijn van direct operatief ingrijpen.

Het is de bedoeling dat de operatie plus de postoperatieve revalidatie resulteren in een goed functionerende schouder met zo weinig mogelijk pijn. Het is ook duidelijk dat de operatie er voor zorgt dat de voorwaarden voor die situatie wordt gerealiseerd en dat de postoperatieve revalidatie onder leiding van een deskundige fysiotherapeut zorgt voor de gedoseerde blootstelling aan de belasting uit het dagelijks leven, werk of sport. In deze tekst wordt een tiental operaties voorzien van informatie met een korte inleiding, doelstellingen en schema’s voor revalidatie en hervatten van activiteiten. In het deel van de website voor therapeuten worden de schema’s diepgaander uitgewerkt. In dat deel wordt ook de legitimering van de adviezen verstrekt.

De postoperatieve revalidatie wordt in drie fases weergegeven; fase 1 (0-6 weken na de operatie), 2 (7-12 weken na de ingreep) en 3 (3 tot 6 maand na de ingreep). In het algemeen is het zo dat in de eerste fase sprake is van een beperkte belastbaarheid waarin de belasting gering is om de geopereerde weefsels te laten herstellen; in fase 2 is de belastbaarheid beter en wordt de oefentherapie intensiever en in fase 3 kan flink worden geoefend. Het is de bedoeling dat u na een half jaar, of na grotere ingrepen na een jaar, tevreden bent met het resultaat van de operatie plus de revalidatie. Het is uit dat oogpunt niet handig in de eerste 6 weken risico’s te willen nemen om bijvoorbeeld 1 of 2 weken ‘sneller’ te zijn; dat maakt immers nauwelijks wat uit. Geduld en voorzichtigheid zijn in fase 1 belangrijk.

De tien operaties en het te verwachten postoperatieve beloop zijn:

PDF | Artroscopische subacromiale decompressie (ruimte maken onder het schouderdak met behulp van een kijkoperatie)
PDF | Open subacromiale decompressie (ook wel: Neer plastiek; ruimte maken onder het schouderdak met behulp van een open techniek.
PDF | Artroscopische hechting van RC (Rotator Cuff) pees / pezen.
PDF | Open hechting van RC (Rotator Cuff) pees / pezen.
PDF | Artroscopisch hechten van het voor-onderste labrum deel (een zogenaamde gesloten Bankart).
PDF | Open hechten van het voor-onderste labrum deel (een zogenaamde open Bankart).
PDF | Artroscopisch hechten van het bovenste labrum deel (de SLAP operatie).
PDF | Capsular shift operatie (een reving van het gewrichtskapsel).
PDF | Laterale sleutelbeen resectie (Mumford operatie).
PDF | Prothese van het schouder gewricht.

Uiteraard beschrijven de adviezen het gemiddelde beloop na een normale ingreep. Fijnafstemming omdat bijvoorbeeld 2 types operatie zijn gecombineerd, omdat sprake is van een andere aandoening die het herstel beïnvloedt of individuele kenmerken zoals een matige lokale conditie zijn sterk bepalend voor het precieze beloop. Uw chirurg en therapeut zorgen voor maatwerk passend bij uw specifieke situatie en hun adviezen gaan altijd voor deze ‘gemiddelde’ protocollen.

Van een aantal operaties zijn ook filmpjes beschikbaar waarop delen van de operatie worden getoond. Als u dat wenselijk vindt, kunt u daar naar kijken. Nadelen zijn dat het commentaar in de Engelse taal wordt gegeven en dat interpretatie (‘wat gebeurt daar eigenlijk?’) lastig is.