
Schouderartrose komt minder vaak voor dan artrose van knie of heup, maar kan wel duidelijke klachten geven. Het gaat zowel om het kogelgewricht van de schouder (glenohumeraal gewricht) als om het gewricht bovenop de schouder (AC-gewricht). Het is een voortschrijdend proces dat vaak samenhangt met het ouder wordende lichaam en geleidelijk kan leiden tot pijn, stijfheid en beperkingen bij bewegen, sporten en dagelijkse activiteiten.
![]() | Schouderboek is een uitgave van Arko Sports Media, ISBN 978-5472-483-4, www.sportsmedia.nl geschreven door auteurs van SNN/ SNV en gepubliceerd bij het Schoudercongres 15-12-2023. Voor de inhoud betreffende deze aandoening is gebruik gemaakt van hoofdstuk 5.1 door A. De Mesel, C. Labie, M. van der Pluijm & O. Verborgt. |
Wat is het?
Bij schouderartrose verandert het gewricht door een langzaam proces waarbij het kraakbeen en omliggende structuren minder veerkrachtig worden. Dit hoort deels bij het ouder worden, maar kan ook beïnvloed worden door factoren als eerdere blessures of langdurige overbelasting. Het gaat om een degeneratief proces waarbij het evenwicht tussen opbouw en afbraak in het gewricht verandert. Daardoor kan het kraakbeen dunner worden en kunnen ook bot, kapsel en spieren reageren. Dit kan pijn en stijfheid geven, waardoor bewegen minder gemakkelijk gaat. Bij glenohumerale artrose betreft het het kogelgewricht van de schouder. Bij AC-artrose gaat het om het kleinere gewricht boven op de schouder.
Hoe ontstaat het?
Schouderartrose hangt vaak samen met het natuurlijk ouder worden van het gewricht. Naarmate we ouder worden, neemt de kwaliteit van het kraakbeen geleidelijk af. Soms spelen andere factoren mee, zoals herhaald gebruik in werk of sport (vooral boven schouderhoogte), eerdere blessures of ontwrichtingen en aanleg. Ook algemene dingen als slaap, stress, fitheid, voeding en roken kunnen invloed hebben op hoe klachten ontstaan en blijven bestaan. Artrose kan “primair” zijn (als er geen duidelijke aanleiding is) of “secundair” (bijvoorbeeld na een ongeluk of bij reumatische aandoeningen).
Hoe wordt het vastgesteld?
De arts of fysiotherapeut begint met uw verhaal: waar zit de pijn, wanneer treedt die op en wat helpt of verergert het? Typische kenmerken bij schouderartrose zijn pijn die vaak dieper in de schouder wordt gevoeld, stijfheid en moeite met bewegen. Veel mensen merken ook ochtendstijfheid of stijfheid na even rusten, die meestal verbetert zodra de schouder weer in beweging komt. Bij het onderzoek wordt gekeken naar beweeglijkheid, spierfunctie en de samenwerking van de schouder en het schouderblad. Soms worden röntgenfoto’s of een MRI gemaakt; die kunnen veranderingen laten zien, maar het beeld zegt niet altijd alles over hoeveel klachten iemand ervaart.
Wat kunt u eraan doen?
Conservatieve (niet-operatieve) aanpak is de basis:
Operatieve opties (als bovenstaande onvoldoende helpt):
Gewrichtssparende kijkoperatie: in geselecteerde gevallen bij relatief beperkte schade; resultaten zijn wisselend en deze optie past vooral bij jongere, actieve mensen.
Schouderprothese (glenohumeraal): bij vergevorderde artrose en aanhoudende beperkingen. Het type prothese hangt af van uw situatie. Revalidatie na de ingreep is een belangrijk onderdeel van het resultaat.
AC-gewricht: bij hardnekkige AC-artrose kan het uiterste randje van het sleutelbeen operatief verkleind worden; dit gebeurt vaak met goede voorspelbaarheid. Niet iedereen heeft zo’n ingreep nodig.
Wat is de prognose?
Schouderartrose is een voortschrijdend proces: de veranderingen in het gewricht zelf kunnen niet worden teruggedraaid. De mate van artrose neemt in de loop van de tijd vaak langzaam toe. Dat betekent echter niet dat de klachten altijd steeds erger hoeven te worden. Pijn en stijfheid kunnen namelijk sterk beïnvloed worden door hoe u beweegt, traint en met de schouder omgaat. Met uitleg, oefentherapie, een actieve leefstijl en soms ondersteuning met medicatie of een operatie lukt het vaak om de pijn te verminderen en de schouderfunctie te verbeteren. Veel mensen kunnen daardoor hun dagelijkse activiteiten blijven uitvoeren en kwaliteit van leven behouden.
